Overdenking oktober

Deze week werd ik een aantal keren bepaald bij een gedeelte uit Ezechiël en wel
hoofdstuk 34.
Daarin wordt gesproken over de herder en zijn schapen. God klaagt de herders van Zijn
volk Israël aan omdat zij geen goede herders zijn. Zij zorgen niet voor het volk maar wél
goed voor zichzelf en dus raken de schapen verstrooid en wordt de kudde
uiteengeslagen.
In vers 3 en 4 wordt dat beschreven en het liegt er niet om: de zwakke, de zieke, de
verwonde, de afgedwaalde, de verlorene vindt geen plek meer in de kudde. Er is geen
tijd of mogelijkheid om hem te verzorgen, te verbinden, terug te halen of op te zoeken.
Geen oog meer voor degene die moeilijk mee komt, die zelf niet in staat is om mee te
doen. En God klaagt de herders daarvoor aan! Het is hun taak om te zorgen voor de
hele kudde, niet alleen voor de sterken of zij die genoeg opleveren, zij die
weinig/nauwelijks zorg nodig hebben.
In vers 6 lezen we dan dat de schapen dwalen en verstrooid zijn, zonder dat er iemand
is die naar hen vraagt of ze zoekt! Niemand dus! Zoek het zelf maar uit! Red jezelf! Doe
je best! Wie weet…
De herders doen niet wat van hen gevraagd wordt: de kudde voorgaan en leiden naar
grazige weiden en aan rustige wateren! Denk aan die mooie Psalm 23.
Hoe zit dat bij ons in Luctor? Ik weet dat ikzelf tot de herders behoor van de gemeente
samen met de andere voorgangers en de ouderlingen. De vraag is dan logisch: doen wij
wat van ons wordt gevraagd? En hóe doen we dat? Ik vind het moeilijk om dat zelf te
beoordelen, maar ik weet wel dat de laatste tijd er meer lege plekken in Luctor zijn.
Minder mensen bezoeken de diensten, we horen van mensen die naar andere
gemeenten gaan (wat overigens niet altijd ‘verkeerd’ hoeft te zijn!) én we zien mensen
verdwijnen waarvan niemand weet waar ze gebleven zijn of anders gezegd: ze raken
verstrooid! En de vraag rijst dan: wie vraagt naar ze of ziet naar ze om?
Dát kunnen wij als voorgangers/ouderlingen niet alleen, dat zullen we samen moeten
doen! Dus hierbij doe ik een oproep aan ons allemaal: Kijk rond en zie of er iemand is
die enige hulp of verzorging nodig heeft of iemand die weg gegaan is, zomaar ineens
verdwenen uit de samenkomsten. En probeer dan óf zelf te helpen óf ervoor te zorgen
dat men hulp krijgt van mensen uit de gemeente!
Laten we acht geven op elkaar! Dit lezen we in Hebreeën 10 vers 24 en 25, met de
oproep om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken én elkaar aansporen om de
samenkomsten te blijven volgen. Dat geldt ook ieder ‘schaap’ ook de zieke, de
vermoeide, de eenzame, de ………..!
Doet u /Doe jij mee?

Willem van de WegJzn

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world